Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

Ondertoezichtstelling (OTS)

Als er in een gezin ernstige opvoedproblemen voorkomen en de ontwikkeling van een kind gevaar loopt, kan de kinderrechter een kind onder toezicht stellen. Dat betekent dat vanaf de datum van de uitspraak van een OTS er een instelling toezicht gaat houden op het kind, of kinderen. Met behulp van de instelling – die de belangen van het kind voorop zal stellen – zal worden geprobeerd om de problematiek op te lossen. De ouders worden hier ook bij betrokken. De hulp en steun moeten erop zijn gericht dat de ouder(s) de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding zoveel mogelijk behouden. Afhankelijk van de leeftijd van het kind kan de hulp ook worden gericht op het meer zelfstandig maken van het kind.

De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen op verzoek van:

  • de Raad voor de kinderbescherming;
  • het openbaar ministerie;
  • een ouder;
  • degene die niet de ouder is en de minderjarige als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt indien de Raad zelf niet tot indiening van het verzoek overgaat;
  • de burgemeester als de Raad zelf niet tot indiening overgaat.

De kinderrechter zal pas beslissen als er een zitting is geweest. Ook de ouders worden voor die zitting (in de rechtbank) uitgenodigd. Zij kunnen zich bij laten staan door een advocaat.

De rechtbank zal toetsen:

  • of een kind zodanig opgroeit dat hij of zij in zijn of haar ontwikkeling ernstig wordt bedreigd; en
  • de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor het kind of voor zijn ouder(s) met gezag niet of onvoldoende wordt geaccepteerd; en
  • de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouder(s) met gezag binnen een — gelet op de persoon en de ontwikkeling van het kind — aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding in staat zijn te dragen.

De rechter kan daarna een ondertoezichtstelling uitspreken, maar het is dus ook mogelijk dat deze wordt afgewezen. De OTS wordt – als toegewezen – uitgevoerd door een gecertificeerde instelling en kan voor maximaal de duur van twaalf maanden worden opgelegd. De OTS kan elk jaar weer voor de maximale duur van twaalf maanden worden verlengd. De rechter kan de OTS ook opheffen als de gronden daarvoor niet meer bestaan.

Wilt u uitgebreider worden geïnformeerd over uw rechten en plichten voor, of tijdens een OTS, of wilt advies over een verweer tegen de OTS dan kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.

Uithuisplaatsing (UHP)

Tijdens een ondertoezichtstelling (OTS) woont het kind dat onder toezicht staat in beginsel gewoon thuis bij de ouder(s). Dat kan anders worden als het idee bestaat dat het noodzakelijk is dat het kind uit huis wordt geplaatst in het belang van de verzorging en de opvoeding van het kind. ‘Uit huis’ betekent feitelijk dat het kind in een instelling of in een pleeggezin wordt geplaatst.

Indien het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van een kind of voor een onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid, kan de kinderrechter de gecertificeerde instelling, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling op haar verzoek machtigen het kind gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen. 
De machtiging kan ook worden verleend op verzoek van de Raad voor de kinderbescherming of op verzoek van het openbaar ministerie.

De kinderrechter zal pas beslissen als er een zitting is geweest. Ook de ouders worden voor die zitting (in de rechtbank) uitgenodigd. Zij kunnen zich laten bijstaan door een advocaat. Als er echter sprake is van een zeer spoedeisende situatie kan de kinderrechter zonder de ouders daarover te consulteren beslissen dat de kinderen per direct uit huis worden geplaatst. Er zal dan later alsnog een zitting worden gepland om het verzoek te toetsen op juistheid. De ouders kunnen zich tijdens die zitting laten bijstaan door een advocaat.

Een uithuisplaatsing kan net als een ondertoezichtstelling (OTS) maximaal één jaar duren maar kan (als daarvoor aanleiding blijft bestaan) telkens worden verlengd met maximaal twaalf maanden tot het kind achttien jaar oud geworden is.

Soms blijkt een ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing echt een te zwaar middel en kan worden volstaan met een minder vergaande vorm van hulpverlening. U kunt zich dan laten bijstaan door een advocaat. De advocaten van Meeuwsen Van den Pol Advocaten kunnen uw bezwaren juridisch verwoorden in de rechtbank. De rechtbank kan dan goed geïnformeerd beslissen.

Wilt u uitgebreider worden geïnformeerd over uw rechten en plichten bij een verzoek tot uithuisplaatsing, of wilt u advies over de procedure al dan niet in hoger beroep dan kunt u contact opnemen met een van onze advocaten.

Advocaten